Van kleins af aan heb ik al een hang naar morbide verhalen, wonderlijke gebeurtenissen, de zelfkant van dit leven. Toen ik een jaar of negen was, uitte zich dat in het uit mijn hoofd leren van het gedicht ‘De Pest’ van Jacobus Revius – zeer tot ongenoegen van mijn moeder, die termen als ‘reutelende borst’ en erger ongetwijfeld niet erg charmant vond uit de mond van een negenjarige – en ook tot het verslinden van boeken met titels als ‘De Wonderlijkste Verhalen’ en ‘De Geheimzinnigste Gebeurtenissen’. Ik was een jaar of elf toen ik een fascinatie ontwikkelde voor Jack the Ripper. Ik las alles over hem en zijn slachtoffers, en durfde vervolgens maandenlang niet meer te slapen zonder licht.
Nog is die fascinatie niet verdwenen, en hoewel het ook wel eens lastig is – want ik zoek het op en ik lijd er onder – is het heel handig voor een auteur om zoveel belang te stellen in rafelranden, en je continue af te vragen wat mensen drijft.
En soms kom je bijzondere dingen tegen. Toen ik op zoek was naar een documentaire over The Green River Killer, Gary Ridgway, die meer dan vijftig jonge vrouwen vermoordde, stuitte ik op een kort filmfragment uit de rechtszaal dat mij bijzonder raakte.
In het fragment mag de familie van de slachtoffer spreken, en wat deze Gary Ridgway te horen krijgt, is niet mis. Men wenst hem over het algemeen de diepste hel toe. Min of meer begrijpelijk, ongetwijfeld, maar onder dat alles vertrekt de man geen spier. Hij luistert het gelaten aan.
Dan komt een oudere man, wiens dochter vermoord is, naar voren en begint te spreken. Vanaf het begin is zijn toon anders, en zijn woorden, hoewel hij duidelijk geëmotioneerd is, zijn dat zeker: ‘Mister Ridgway, there are people here that hate you. I’m not one of them… You’ve made it difficult… to live up to what I believe… And that is what God says to do. That’s to forgive… You are forgiven, sir.’
Op dat moment begint het masker van Ridgway te breken, hij krijgt tranen in zijn ogen, zijn lip trilt en hij verbergt zijn hoofd in zijn handen.
De kracht van vergeven. Ongelooflijk. Voor mij: een glimp van Gods genade, temidden van de inktzwarte zonde. En zoiets is eigenlijk onbeschrijfelijk.