Ooit, zo dacht ik jaren terug, ooit wil ik een roman over de Grote Oorlog schrijven. Ik had net mijn manuscript Het meisje dat verdween ingeleverd en ik was tijdens mijn research op interessante boeken over de Eerste Wereldoorlog gestuit.

Toen ik er meer informatie over ging zoeken, kwam ik twee oorlogsdagboeken van verpleegsters aan het front tegen. Dat intrigeerde mij geweldig! Veel van deze vrouwen lieten alles achter om, vaak in een oude boerderij of een huis vlak bij het front, een noodhospitaal op te zetten. Ze moesten onder erbarmelijke omstandigheden werken, temidden van modder en verwoesting; ze werden geconfronteerd met de meest gruwelijke verwondingen. Dag in dag uit zagen ze ondraaglijk lijden.

Tijdens mijn zoektocht kwam ik ook een boek over Mairi Chisholm en Elsie Knocker tegen. Deze Engelse vrouwen verlieten hun vaderland om in 1914 bij een ambulancekorps te gaan werken. Mairi was toen nog maar zeventien jaar, een goedlachse jonge meid die op weg was gegaan met tien pond en een verschoning in een rode zakdoek geknoopt; op haar motorfiets op weg naar het avontuur.

De verhalen van deze vrouwen heb ik verweven tot een roman, Rode Papaver. Hoofdpersoon is Anna, die haar man Arthur achterna reist, nadat hij vrijwillig dienst heeft genomen.

Zij komt in een fronthospitaal terecht en door haar ogen zie je hoe het daar aan toe gaat: het verdriet, het lijden, de vraag naar zingeving. Maar ook haar persoonlijke vragen komen dichtbij: wat gebeurt er met je als je alle zekerheden verliest en je alles wat je dacht te hebben, kwijtraakt?

1 Comment

  • Sytse van der Veen Posted 20-02-2017 3:54 pm

    Dit klinkt echt bijzonder interessant! Natuurlijk ga ik het boek lezen …

Comments are closed.